Orde voor de zondagmorgendienst – Orde II
(Commissie Gereformeerde Liturgie, zomer 2009)
De tekst links is die van de klassieke liturgische formules. De ingesprongen tekst volgt de Nieuwe Bijbel Vertaling.
Welkom en mededelingen
Psalm
Stil gebed
Onze hulp is in de naam van de HEER
Onze hulp is de naam van de HEER
die hemel en aarde gemaakt heeft,
en het werk van zijn handen niet loslaat.
Genade zij u en vrede
Genade, barmhartigheid en vrede zullen bij u zijn
van God, de Vader en van Jezus Christus, onze Heer.
Genade zij u en vrede
van hem die is en die was en die komt,
en van de zeven geesten voor zijn troon,
en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige,
de eerstgeborene van de doden,
de heerser over de vorsten van de aarde.
Lied of Klein Gloria
Moge de almachtige God zich over ons ontfermen,
en ons geleiden tot het eeuwige leven.)
Lezing van de Wet
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
Schriftlezing(en) al dan niet afgewisseld door liederen
Lied
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen.)
Inzameling van de gaven
Gaat heen in vrede en ontvangt de zegen van de Heer
De HEER doe zijn aangezicht over u lichten
Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
moge de HEER het licht van zijn gelaat
over u doen schijnen en u genadig zijn,
moge de HEER u zijn gelaat toewenden
De genade van de Heer Jezus Christus
de liefde van God,
en de eenheid met de heilige Geest
zij met u allen.
De vrede van God
De orde van de dienst op de zondagmorgen is gebaseerd op Orde II, Intrede B, zoals die is vastgelegd in Dienstboek (DB) I, p. 188 e.v.. De vaste elementen worden gevolgd: intrede, de Heilige Schrift, gebeden en gaven, zending en zegen.
De gemeente nadert voor het aangezicht van de Heer. Bemoediging en apostolische groet worden door de voorganger uitgesproken. Voor de groet zijn enkele varianten aangegeven.
Dan wordt het spoor gevolgd van Verootmoediging (zie ook DB I, p. 771, Gebeden nrs. 22-38) en Lezing van de Wet.
De verootmoediging wordt gevolgd door een aparte genadeverkondiging, maar dit is niet noodzakelijk: de verkondiging van Gods genade heeft een duidelijke plaats in de prediking.
Als gekozen wordt voor een genadeverkondiging, dan zijn mogelijke Schriftgedeelten hierbij: Psalm 103: 8-13; Jesaja 1: 18; Jesaja 40: 1, 2; Jesaja 53: 4, 5; Jesaja 54: 7, 8; Micha 7: 18, 19; Johannes 3: 16; Johannes 3: 36; Handelingen 2: 38; Romeinen 8: 34; 2 Korintiërs 5: 17, 18; 2 Korintiërs 5: 21; 1 Timoteüs 1: 15; 1 Johannes 4: 9.
In plaats van de voorgestelde tekst of deze Schriftgedeelten kan de voorkeur ook uitgaan naar deze declaratieve vorm: ‘Als dienaren van Jezus Christus verkondigen wij aan een ieder, die ziende op het kruis schuld beleden heeft voor God, de vergeving der zonden’ (Dienstboek voor de Nederlandse Hervormde Kerk in ontwerp (1955), p. 28).
De Lezing van de Wet staat in het kader van de dankbaarheid voor Gods genadige toewending. Mogelijke Schriftgedeelten hierbij zijn: Exodus 20: 1-17; Leviticus 19: 2-4, 11-18; Deuteronomium 5: 6-21; Deuteronomium 6: 4-7; Deuteronomium 30: 11-20; Matteüs 22: 37-40; Marcus 12: 29-31; Johannes 13: 34, 35; Romeinen 6: 11-14; Romeinen 12: 9-21; Romeinen 13: 8-10; Galaten 5: 13-22; Kolossenzen 3: 12-15; 1 Petrus 4: 7-11. Zie ook DB I, p. 189-190 en p. 840-841.
In het gebed om de Heilige Geest wordt God gebeden om een open hart en om de verlichting van ons verstand door de Heilige Geest, opdat ieder Gods Woord mag horen en doen. Zie ook DB I, p. 871-872.
De Schriftlezingen worden al dan niet afgewisseld door liederen.
Na de prediking wordt een lied gezongen. In gemeenten waar geen tweede dienst wordt gehouden, kan hier de Geloofsbelijdenis een plaats krijgen.
De gebeden beginnen met een dankzegging. Daarna volgt de voorbede. Er kan gelegenheid worden gegeven voor persoonlijk stil gebed en de gebeden kunnen worden besloten met het (gezamenlijk) bidden van het Onze Vader.
Hierna volgt de inzameling van de gaven.
Zie voor een verdere toelichting DB I, p. 876-882.
Voorafgaand aan de zegen wordt het slotlied gezongen.
Voor de zegen worden verschillende teksten aangegeven, zie ook DB I, p. 196-197. Het ‘Amen’ na de zegen kan eventueel door de gemeente gezongen worden. Een melodie is te vinden in DB I, p. 196.
